Home / Ons nieuws / …
Meer weten? Neem contact op met onze specialisten:
Zoals wij in ons vorige artikel al schreven, biedt het reeds ingediende wetsvoorstel ook al een interessant inkijkje in deel twee van de implementatie van de Gewijzigde Richtlijn, namelijk die van het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit). Om in aanmerking te komen voor een vergunning, zal een bedrijf bewijs moeten overleggen van een goede opleiding van het personeel, een VOG voor de rechtspersoon en een bewijs van naleving van de Asbestrichtlijn. Daarnaast baseert de Minister zich bij het besluit tot vergunningverlening op beschikbare toezichtsinformatie.
In dit artikel gaan we in op de invulling van de voor het verkrijgen van een vergunning noodzakelijke documentatie en de rollen van de verschillende toezichthouders in de asbestbranche.
De door de aanvrager te overleggen informatie
Opleidingen
De Gewijzigde Richtlijn bevat de eis dat de medewerkers van het bedrijf zijn gediplomeerd en geeft ook een opsomming van onderwerpen die tijdens de daaraan voorafgaande opleiding worden behandeld (zie pagina 13 van de Gewijzigde Richtlijn).
In Nederland kennen we op dit moment al persoonscertificering voor personen die voor gecertificeerde bedrijven werken. In de voorbereiding van de komende wijziging van het Arbobesluit zal worden beoordeeld of deze persoonscertificering in stand blijft, of dat een lichtere variant mogelijk is. In ieder geval zal formeel geen sprake meer zijn van persoonscertificering, maar van diplomering.
Verklaring omtrent gedrag (VOG) van de rechtspersoon
Ook het overleggen van een VOG voor rechtspersonen wordt een voorwaarde voor het krijgen en behouden van een vergunning. In de toelichting op het reeds ingediende wetsvoorstel staat dat een VOG voor rechtspersonen moet voorkomen dat bedrijven of hun bestuurders die relevante strafbare feiten op hun naam hebben staan, een vergunning verkrijgen of behouden. Welke feiten als relevant worden gezien, wordt helaas niet vermeld.
Bij wisselingen van bestuurders, vennoten en beheerders moet telkens een nieuwe VOG worden overlegd.
Voor buitenlandse vennootschappen zal een afzonderlijke regeling gelden. Wanneer een buitenlandse vennootschap over Nederlandse bestuurders beschikt, moeten deze bestuurders een persoonlijke VOG overleggen. Voor de buitenlandse vennootschappen die geen Nederlandse bestuurders hebben, wordt een alternatieve regeling opgenomen in het Arbobesluit.
Bewijs van naleving (certificering)
Bij de vergunningaanvraag dient ook een bewijs van naleving van de Asbestrichtlijn te worden overlegd. Daarvoor is gekozen om aan te sluiten bij de al bestaande certificering, waarbij voor de bodemsaneringsbedrijven de bestaande bodemcertificering lijkt te voldoen als bewijs van naleving.
Het huidige asbestcertificeringsstelsel zal daarentegen wel enige veranderingen ondergaan. Naar verwachting zal in het certificeringsstelsel onderscheid worden gemaakt in zwaarte van de certificering. Hierbij zal een lager certificeringsniveau gelden voor beperkte blootstelling of gemakkelijke werkzaamheden. Voor dat lagere niveau wordt nagegaan of bijvoorbeeld ook een uitgebreide variant op een VCA-certificaat volstaat.
Daarnaast wordt gestreefd naar een effectievere inrichting van het systeem en het (opnieuw) centraal te stellen van kwaliteitsverbetering. Daarmee worden ook de publieke en private belangen in de asbestbranche beter gescheiden. Dat wordt gedaan op de volgende manier:
Overigens behouden de certificerende instellingen daarbij wel hun status als zelfstandig bestuursorgaan. Het hebben van een certificaat blijft namelijk essentieel om asbest te mogen verwijderen en is daarmee noodzakelijk voor markttoegang. Dat houdt in dat na constatering van afwijkingen nog steeds een juridisch traject kan worden ingezet, dit om alle rechten te borgen.
In de toelichting op het ingediende wetsvoorstel wordt uitdrukkelijk vermeld dat certificering ervoor zorgt dat de vergunningverlener geen inhoudelijke beoordeling meer hoeft uit te voeren op het bewijs van naleven (en dus naleving van de Asbestrichtlijn). Enkel de geldigheid en de reikwijdte van het certificaat wordt door de Minister getoetst. Doordat daarmee geen sprake zou zijn van dubbele toetsing, zou dit de rechtszekerheid en de doorlooptijd van de vergunningsaanvragen ten goede moeten komen.
De daadwerkelijke vergunningverlening lijkt hierdoor grotendeels een formaliteit op basis van een vinklijstje te zijn. Of dit in praktijk ook zo uitwerkt, is echter maar de vraag. Als er bijvoorbeeld slechts een zeer uitgeklede versie van het Certificatieschema zal komen doordat veel eisen naar de Arbowet- en regelgeving worden overgeheveld, neemt het belang van de toezichtsinformatie daarmee enorm toe.
Tegelijkertijd verplicht de Gewijzigde Richtlijn dat het bewijs van naleving garandeert dat onder andere aan artikel 6 van de Asbestrichtlijn wordt voldaan. Dit artikel bevat zeer specifieke eisen ten aanzien het minimaliseren van blootstelling van werknemers, het vermijden van het vrijkomen van asbestvezels in de lucht door het toepassen van bronmaatregelen en het zo spoedig mogelijk verpakken van asbesthoudend materiaal. Essentiële onderdelen van het asbestverwijderingsproces zullen dus naar onze verwachting onderdeel van het Certificatieschema blijven.
Hierbij moet ook niet uit het oog verloren worden dat ook de certificering van de bodemsaneringsbedrijven aan de Asbestrichtlijn moet voldoen. Ook die certificeringsschema’s zullen dus goed tegen het licht gehouden moeten worden.
Toezichtsinformatie
Toezichtsinformatie kan dienen als tegenwicht aan het door het bedrijf overlegde bewijs van naleving. Nu volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie 18% van de op dit moment gecertificeerde bedrijven slecht presteert en 63% matig, zou deze toezichtsinformatie weleens een belangrijke rol kunnen gaan spelen.
Wat precies wordt verstaan onder toezichtsinformatie is nog onduidelijk. Binnen de asbestbranche zijn immers meerdere toezichthouders actief, waaronder de NLA, IL&T, SodM en de omgevingsdiensten. Onder andere de NLA en de omgevingsdiensten verzoeken bij de wijziging van het Arbobesluit nadrukkelijk ook rekening te houden met de rol van al deze toezichthouders.
Ook na vergunningverlening kan toezichtsinformatie nog van belang zijn. Dit kan namelijk dienen als aanleiding voor het schorsen of intrekken van de vergunning. Het is op dit moment nog niet duidelijk of het weigeren, schorsen of intrekken van een vergunning aan duidelijke kaders wordt gebonden of dat dit open wordt gelaten om maatwerk te kunnen leveren.
Handhaving van de vergunningplicht
Naast schorsing en intrekking van de vergunningen van vergunninghouders, kan aan een bedrijf dat zonder (passende) vergunning asbestwerkzaamheden verricht, een boete worden opgelegd.
Op de handhaving van de vergunningplicht is vooralsnog het gebruikelijke regime van Arbowet van toepassing. Dat betekent dat de toezichthouders die nu op specifieke werkzaamheden toezien, ook de handhaving van de vergunningplicht voor die werkzaamheden voor hun rekening zullen nemen. Op grond van de ‘Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW-wetgeving’ is de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT) bijvoorbeeld specifiek belast met het toezicht op vliegtuigen, voertuigen en schepen.
De vergunningplicht zal ook worden verwerkt in het milieu- en omgevingsrecht. Welke vorm dit precies zal krijgen, is nog niet bekend. De omgevingsdiensten doen de uitdrukkelijke oproep om ook de bevoegdheid tot intrekking van een vergunning te krijgen. Ook IL&T pleit, hetzij in mindere mate, voor een toezichthoudende rol van de omgevingsdiensten.
Of deze er ook zal komen, is nog maar de vraag. Elders in de toelichting op het wetsvoorstel wordt namelijk opgemerkt dat de wijziging van de Arboregelgeving voor toezichthouders van de milieuregelgeving slechts betekent dat zij moeten controleren of een bedrijf over een vergunning in plaats van certificaat beschikt. Een vergaande uitbreiding van bevoegdheden van omgevingsdiensten lijkt daarmee niet aan de orde.
Afsluiting
De afdronk is dat veel nog onduidelijk blijft. Er moeten knopen doorgehakt worden over de opleidingen, buitenlandse vennootschappen, de verschillende vormen van certificering en de rol van de diverse toezichthouders. Daarnaast moet worden nagedacht over een geheel nieuwe invulling van het Certificatieschema, waarbij bewaakt moet worden dat deze blijft voldoen aan de Asbestrichtlijn. Bij een voorgenomen inwerkingtreding van 1 januari 2027 is er dus nog voldoende werk aan de winkel.
In een volgende editie zoomen we in op de mogelijke Bibob-toets.
Contact
Heeft u een vraag over dit onderwerp? Neem dan vrijblijvend contact op met onze specialisten.
Meer weten? Neem contact op met onze specialisten:










Regelmatig op de hoogte blijven van de laatste juridische ontwikkelingen?
Op onze website maken wij gebruik van verschillende cookies. Cookies zijn kleine informatiebestanden die door uw webbrowser op uw computer of andere apparatuur worden geplaatst. Als u onze website nogmaals bezoekt, wordt de informatie die in deze cookies is opgeslagen weer naar uw webbrowser gestuurd. LXA maakt op haar website alleen gebruik van functionele en analytische cookies. Deze cookies hebben geen of slechts een geringe impact op uw privacy.