Trust everything

's-Hertogenbosch | Eindhoven | Amsterdam

OOK TEGEN VOORWAARDELIJKE SCHORSING PROCESCERTIFI- CAAT STAAT BEROEP OPEN

11 januari 2019

De Rechtbank Limburg oordeelde op 15 november 2018 dat een saneringsbedrijf rechtsmiddelen kan aanwenden tegen een voorwaardelijke schorsing van zijn procescertificaat. Dit is een belangrijke ontwikkeling omdat hierover onduidelijkheid bestond sinds de inwerkingtreding van Bijlage XIIIa en XIIIe in maart 2017.

Inleiding

In mijn bijdrage in het tijdschrift ‘Asbestmagazine (mei 2018)' voorspelde ik al dat het advies van advocaat-generaal Widdershoven aan de Raad van State belangrijke gevolgen kan hebben voor (sanctie)besluiten die op grond van Bijlage XIIIa en XIIIe worden opgelegd door certificernede instellingen (CI). Het advies, dat werd gevolgd door de hoogste bestuursrechter, concludeert dat ook een formele waarschuwing een appellabel besluit kan zijn.

Voor het antwoord op de vraag of een besluit/afwijking van een CI kan worden aangevochten is bepalend of het besluit is gericht op ‘rechtsgevolg’. Een besluit heeft pas ‘rechtsgevolg’ als dat besluit de rechtspositie wijzigt van een burger of bedrijf. Op het eerste oog is een waarschuwing of een voorwaardelijke schorsing niet gericht op ‘rechtsgevolg’. Het bedrijf mag immers gewoon doorgaan met de werkzaamheden waarvoor het een certificaat bezit. Dit was tot voor kort ook vaste rechtspraak.

De advocaat-generaal rekt het ‘besluitbegrip’ echter op. Volgens hem is ook sprake van een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit, als de sanctie (1) op een wettelijk voorschrift is gebaseerd en (2) een noodzakelijke voorwaarde is om bij een volgende overtreding een (zwaardere) sanctie op te kunnen leggen. Dergelijke sancties kunnen volgens de advocaat-generaal dus ook worden aangevochten bij de bestuursrechter.

Rechtbank Limburg

Onder verwijzing naar de conclusie van de Advocaat-Generaal en de uitspraak van de Raad van State oordeelt de rechtbank dat een voorwaardelijke sanctie op rechtsgevolg is gericht en dus vatbaar is voor bezwaar en beroep. De bestuursrechter stelt vast dat Bijlage XIIIa en XIIIe een wettelijk voorschrift zijn, omdat zij deel uitmaken van de Arboregeling. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de voorwaardelijke schorsing in die zin een wijziging aanbrengt in de rechtspositie van het bedrijf, dat bij het niet tijdig nemen van adequate corrigerende maatregelen een andere sanctie kan worden opgelegd. Immers leidt het niet (tijdig) nemen van corrigerende maatregelen tot een daadwerkelijke (onvoorwaardelijke) schorsing (zie artikel 23, lid 5 van Bijlage XIIIe).

Maar waarom is deze uitspraak van cruciaal belang voor inventarisatie- of saneringsbedrijven die worden geconfronteerd met een afwijking van de CI?

Belang van de discussie voor uw bedrijf – formele rechtskracht

Deze vraag is essentieel omdat de afwijking zogenaamde ‘formele rechtskracht’ kan krijgen als geen - of te laat – rechtsmiddelen worden aangewend tegen een voor bezwaar en beroep vatbare brief van de CI. Het is zeer de vraag of een bedrijf op een later moment alsnog de betreffende afwijking(en) ter discussie kan stellen, bijvoorbeeld als - door nieuwe afwijkingen op de escalatieladder - het procescertificaat onvoorwaardelijk wordt geschorst of ingetrokken. Voorkomen moet dus worden dat sanerings- en asbestinventarisatiebedrijven hierdoor rechten verspelen.

Het laten verstrijken van de bezwaartermijn van een appellabel sanctiebesluit, kan dus later alsnog grote gevolgen hebben voor uw bedrijf.

Advies

Doordat het besluit volgens de rechtbank op rechtsgevolg is gericht, kon het saneringsbedrijf de afwijking aanvechten in bezwaar bij de bezwarencommissie van Ascert en in beroep bij de bestuursrechter.

Maar dit oordeel heeft ook een keerzijde. Maakt een inventarisatie- of saneringsbedrijf geen gebruik van zijn beroepsmogelijkheden, dan verkrijgt het besluit en mogelijk ook de afwijkingen formele rechtskracht. Hierdoor is het zeer de vraag of het bedrijf bij een zwaardere sanctie (onvoorwaardelijke schorsing of intrekking), oude afwijkingen op de escalatieladder nog ter discussie kan stellen.

Het sanctieregime is en blijft dus een slangenkuil voor de asbestbranche. Het blijft dus goed opletten voor sanerings- en inventarisatiebedrijven die worden geconfronteerd met een afwijking. Laat een afwijkingsbericht van de CI dus altijd even controleren door een juridisch specialist met kennis van asbest.

 

Door: Jelle Bekke

 

Meer weten?

Voor meer informatie over dit artikel kunt u contact opnemen met

Laatste artikelen in asbest

11 september 2019

WAAR SANEERDER ZEGEVIERT, WORDT OPDRACHTGEVER OP DE VINGERS GETIKT

Na bijna 3 jaar te hebben geprocedeerd, heeft een door LXA bijgestane saneerder een klinkende overwinning behaald in een langlopende meerwerkdiscussie met haar voormalig opdrachtgever.

Lees verder

11 september 2019

SANERINGSBEDRIJF VERANTWOORDELIJK VOOR DEUGDELIJKHEID INVENTARISATIERAPPORT?

Is alleen de inventariseerder verantwoordelijk voor fouten of onvolledigheden in het rapport? Of kan een saneerder ook een afwijking aan zijn broek krijgen als hij saneert op een rapport dat niet voldoet aan alle eisen van het Certificatieschema?

Lees verder

11 september 2019

WIJZIGING WETGEVING ASBEST VAN KRACHT PER 1 JULI 2019

Uitgelicht: de belangrijkste wijzigingen in het Asbestverwijderingsbesluit en het Bouwbesluit 2012.

Lees verder
Heeft u een vraag? Wij helpen u graag verder. Neem contact op met een van onze specialisten.

Onze diensten