Trust everything

's-Hertogenbosch | Eindhoven | Amsterdam

SPELEN ASBESTRISICO’S EEN ROL BIJ AANGEVRAAGDE OMGEVINGSVERGUNNINGEN?

13 maart 2018

Een gemeente verleent een omgevingsvergunning (voor de activiteiten: bouwen en afwijken bestemmingsplan) voor het wijzigen van een gevel van een ‘koetshuis’, het vervangen van het dak en het plaatsen van twee dakkapellen. De buurman (tevens voormalig eigenaar) is het daar niet meer eens en stelt in hoger beroep dat de verbouwing van het koetshuis gezondheidsrisico’s meebrengt vanwege het aanwezige asbest. Een sloopmelding ontbreekt en de uitgevoerde asbestinventarisatie is te beperkt, aldus de buurman. De vraag is of de gemeente deze argumenten mee moet nemen in deze procedure.

Raad van State

Bij besluit van 11 maart 2015 heeft het college van B&W van de gemeente Arnhem aan een vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van de gevel, het  vervangen van het dak en het plaatsen van twee dakkapellen met betrekking tot het bouwwerk op een perceel in Arnhem. Het bouwwerk, een koetshuis, dateert van omstreeks 1900. Door het aanbrengen van nieuwe dakbedekking, isolatie en een daklijst zullen de bouwhoogte en de inhoud van het koetshuis onderscheidenlijk met 0,10 m en 2 m³ toenemen. Omdat deze toename van de bouwhoogte en inhoud in strijd zijn met het ter plaatse geldende bestemmingsplan had het college behalve voor de activiteit ‘bouwen’ ook voor de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’ een omgevingsvergunning verleend. De buurman was het niet eens met dit bouwplan en tekende bezwaar aan. Bij besluit van 2 oktober 2015 heeft het college het door de buurman daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 11 maart 2015 onder aanvulling van de motivering daarvan gehandhaafd. Bij uitspraak van 11 oktober 2016 heeft de rechtbank het door de buurman daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. De buurman liet het er niet bij zitten en ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De buurman betoogde in hoger beroep onder andere dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college niet in redelijkheid voor het bouwplan omgevingsvergunning had kunnen verlenen. Daartoe voerde de buurman aan dat de verbouwing van het koetshuis gezondheidsrisico’s meebrengt vanwege het aanwezige asbest. De rechtbank had dan ook volgens de buurman ten onrechte overwogen dat de gezondheidsrisico’s van asbest geen bij het besluit betrokken belang vormen. Bij de te verrichten belangenafweging ter zake van het bouwen in afwijking van het bestemmingsplan konden deze gezondheidsrisico’s worden meegewogen, aldus de buurman.

Met de rechtbank oordeelde de Afdeling echter dat de bestrijding van de gezondheidsrisico’s van asbest niet een belang is dat bij de beoordeling van het onderhavige besluit een rol speelt. In de bestrijding daarvan wordt namelijk voorzien in specifieke wettelijke regelingen. Verlening van de omgevingsvergunning laat onverlet dat aan die regelingen moet worden voldaan. De toepassing van de Wabo is dan ook volgens de Afdeling niet bij uitstek het kader waarin het belang van de bestrijding van de gezondheidsrisico’s van asbest tot gelding dient te worden gebracht. De rechtbank kwam dan ook terecht tot het oordeel dat dit niet een belang is dat het college van B&W bij de verlening van de omgevingsvergunning had dienen te betrekken. Dat, als door de buurman gesteld, in strijd met artikel 1.26 van het Bouwbesluit 2012 geen sloopmelding was gedaan en de uitgevoerde asbestinventarisatie te beperkt was geweest, maakte de zaak naar het oordeel van de Afdeling niet anders. Immers, die omstandigheden laten, wat daarvan zij, onverlet dat het belang van de bestrijding van de gezondheidsrisico’s van asbest niet een belang is dat in het kader van de onderhavige omgevingsvergunning moet worden meegewogen. De rechtbank had dan ook terecht in de door de buurman gestelde aanwezigheid van asbest in het Koetshuis geen grond gevonden voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid de gevraagde omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen.

Het hoger beroep werd dus ongegrond verklaard en de door de buurman aangevallen uitspraak werd bevestigd. Wenst u nader advies over welke argumenten wel en niet een rol spelen bij omgevingsvergunningen dan wel een specifiek asbestgeval, neemt u dan vooral contact op met onderstaande contactpersonen.

 

Door: Tim Segers

 

Meer weten?

Voor meer informatie over dit artikel kunt u contact opnemen met

Laatste artikelen in asbest

16 mei 2018

VOOR WIENS REKENING KOMT LATER AANGETROFFEN ASBEST: INVENTARISEERDER OF OPDRACHTGEVER?

Het Hof Den Haag gaf vorige maand antwoord op de vraag die vaak terugkomt in de rechtspraak: wie is verantwoordelijk voor de latere vondst van asbest?

Lees verder

15 mei 2018

HOOGSTE BESTUURSRECHTER: DE WAARSCHUWING TOT PREVENTIEVE STILLEGGING IS AANVECHTBAAR

De Raad van State oordeelt in haar uitspraak van 2 mei 2018 dat de waarschuwing die vooraf moet gaan aan een preventieve stillegging een appellabel besluit is. Deze uitspraak heeft belangrijke gevolgen voor asbestsaneringsbedrijven die een officiële waarschuwing hebben ontvangen.

Lees verder

14 mei 2018

HET SANCTIEREGIME ANNO 2018. EEN SLANGENKUIL VOOR DE ASBESTBRANCHE?

Het nieuwe certificatieschema kent ook een nieuwe sanctieregeling. Volgens het schema kan tegen alle sancties - behalve de waarschuwing - worden opgekomen: in bezwaar, beroep en hoger beroep. In een bijdrage in het tijdschrift Asbestmagazine bespreekt mr. Jelle Bekke waarom het nog maar de vraag is of die aanname juist is.

Lees verder
Heeft u een vraag? Wij helpen u graag verder. Neem contact op met een van onze specialisten.

Onze diensten