Trust everything

's-Hertogenbosch | Eindhoven | Amsterdam

BESTUURDERSAANPRAKELIJK- HEID: SNELLER AANSPRAKELIJK BIJ SCHENDING WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN?

9 augustus 2018

In het arrest van 30 maart 2018 heeft de Hoge Raad de vraag beantwoord hoe het schenden van wettelijke voorschriften door een vennootschap zich verhoudt tot de externe aansprakelijkheid van de bestuurders van deze vennootschap.

Achtergrond

Een vennootschap neemt als drager van rechten en plichten zelfstandig deel aan het rechtsverkeer. Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is het uitgangspunt dat alleen de vennootschap zelf aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade.

Enkel onder bijzondere omstandigheden is naast de vennootschap, ook de bestuurder van de vennootschap aansprakelijk voor de gevolgen van het handelen van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid van de bestuurder is vereist dat hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder in zijn hoedanigheid als bestuurder gelden dus hogere eisen dan voor de aansprakelijkheid van de vennootschap zelf.

De hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd doordat ten opzichte van die derde in de eerste plaats sprake is van handelingen van de vennootschap, waarvoor de vennootschap zelf aansprakelijk is. Daarnaast wordt van belang geacht dat wordt voorkomen dat bestuurders als gevolg van aansprakelijkheidsrisico’s, kort gezegd, te voorzichtig zouden worden.

In het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2018 kwam de vraag aan de orde of de hiervoor besproken hoge drempel van bestuurdersaansprakelijkheid moet worden verlaagd indien sprake is van schendingen van wettelijke verplichtingen door de vennootschap.

Arrest van de Hoge Raad 

In het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2018 ging het om een vastgoedproject waarin diverse beleggers hadden geïnvesteerd. Deze investeringen vonden plaats door het kopen van aandelen in speciaal voor dit project opgerichte vennootschappen. Ondanks dat diverse beleggers hadden geïnvesteerd in het vastgoedproject, is het project uiteindelijk niet doorgegaan. De beleggers leden hierdoor schade en wensten hun schade vergoed te zien. Zij spraken daarop de bestuurders aan van de vennootschappen waarin zij hadden geïnvesteerd.

Als grondslag van hun vorderingen stelden de beleggers dat de vennootschappen in strijd hadden gehandeld met de artikelen 3 en 7 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995. Zij stelden dat nu de individuele bestuurders dit handelen van de vennootschappen niet hadden voorkomen, zij in hun hoedanigheid als bestuurder tekort waren geschoten en aldus aansprakelijk waren jegens de beleggers. De beleggers stelden dat schending door een vennootschap van regels ter bescherming van het beleggend publiek in beginsel, althans eerder dan bij andere schendingen, de aansprakelijkheid meebrengt van de bestuurders van die vennootschap. Met de niet-naleving van dergelijke voorschriften door de vennootschap is volgens de beleggers het persoonlijk ernstig verwijt van de bestuurders gegeven.

De Hoge Raad overweegt echter dat ook indien een vennootschap wettelijke voorschriften ter bescherming van het beleggend publiek schendt, voor de aansprakelijkheid van de individuele bestuurder is vereist dat hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Er dient dan ook voor iedere bestuurder afzonderlijk te worden vastgesteld of hij in zijn hoedanigheid onrechtmatig heeft gehandeld en of dit handelen hem kan worden aangerekend. De Hoge Raad oordeelt dat het op zich juist is dat ook het houden van onvoldoende toezicht op de uitoefening van een taak door een medebestuurder onder omstandigheden tot de persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder kan leiden, maar dat daar in dit concrete geval geen sprake van was.

Conclusie

De Hoge Raad heeft bevestigd dat een bestuurder enkel dan naast de vennootschap aansprakelijk kan worden gesteld indien hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Of daarvan in het concrete geval sprake is, is steeds afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Mocht u willen weten of in het concrete geval sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid, neemt u dan contact op met de specialisten van LXA.

 

Door: Edwin Mulders

 

Meer weten?

Voor meer informatie over dit artikel kunt u contact opnemen met

Laatste artikelen in contracteren & procederen

13 december 2018

EINDELIJK IS PROCEDEREN IN HET ENGELS MOGELIJK

Goed nieuws voor bedrijven met grensoverschrijdende activiteiten. Naar het voorbeeld van New York, London, Dubai en Singapore heeft Amsterdam vanaf 1 januari 2019 ook een overheidsrechter die in flexibele en snelle procedures grote commerciële geschillen behandelt in de Engelse taal en tegen gematigde tarieven.

Lees verder

13 december 2018

LET OOK OP BIJ ELEKTRONISCHE HANDTEKENINGEN!

Overeenkomsten kunnen via elektronische weg worden gesloten, maar elektronische handtekeningen kunnen problemen geven.

Lees verder

9 oktober 2018

BESTUURDER, REKEN UW BV NIET TÉ SNEL RIJK

Een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis kan door de BV direct ten uitvoer worden gelegd. Dit is voor de bestuurder van de BV niet altijd zonder risico. Aan wat voor situaties moet worden gedacht?

Lees verder
Heeft u een vraag? Wij helpen u graag verder. Neem contact op met een van onze specialisten.

Onze diensten