Trust everything

's-Hertogenbosch | Eindhoven | Amsterdam

DE HOGE RAAD SPREEKT ZICH UIT: HET ONTSTAANSMOMENT VAN VORDERINGEN VAN ZORGVERLENERS

20 november 2017

De Hoge Raad heeft afgelopen week uitspraak gedaan na een lange procedure waarin LXA factoringmaatschappij Famed heeft bijgestaan. Een belangrijke uitspraak voor zorgverleners en hun financiers. In deze kwestie werd de rechterlijke macht gevraagd zich uit te spreken over het ontstaansmoment van vorderingen die voortvloeien uit geneeskundige zorg. Nederland kent een sterk gereguleerd zorgstelsel dat bepaalt hoe, bij wie en wanneer zorgverleners hun loon kunnen incasseren. De declaratieregels brengen mee dat de rekening meestal pas aan het eind van het jaar of na het voltooien van een behandeltraject kan worden verstuurd. De vraag was echter of iedere (deel)behandeling van een patiënt een vordering doet ontstaan, danwel de vordering pas ontstaat op het moment dat de zorgaanbieder volgens de publiekrechtelijke regelgeving aan de patiënt of diens zorgverzekeraar mag declareren.

Afgelopen week heeft de Hoge Raad een einde gemaakt aan de bestaande onzekerheid over het ontstaansmoment van vorderingen uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst. De Hoge Raad heeft Famed gevolgd in het standpunt dat zij in drie instanties heeft ingenomen. De Hoge Raad oordeelde als volgt: Indien in het kader van een geneeskundige behandeling meerdere, identificeerbare en op geld waardeerbare deelprestaties kunnen worden aangewezen, ontstaat na verrichting van elk van die deelprestaties een daarmee corresponderende vordering. Dat sprake is van dergelijke deelprestaties kan bijvoorbeeld worden afgeleid uit voor de betreffende zorg geldende tariefbeschikkingen, waarin tarieven voor diverse deelprestaties worden onderscheiden. De hoogte van de vordering uit hoofde van de deelprestaties en de wijze en het moment waarop de zorgverlener die loonvordering kan incasseren wordt als gezegd bepaald door de declaratieregels die onderdeel uitmaken van ons zorgstelstel. Dit doet echter niet af aan het feit dat de vorderingen steeds direct ontstaan nadat de deelprestaties  zijn verricht.

Het oordeel van de Hoge Raad verandert niets aan het feit dat zorgverleners in beginsel pas na verloop van een jaar, danwel na afronding van een behandeltraject aan de patiënt of hun zorgverzekeraar mogen factureren. Het maakt echter wel dat het onderhanden werk van zorgverleners een vermogensbestanddeel is dat kan strekken tot zekerheid voor financiers. De pandrechten die Famed in het verleden op het onderhanden werk van zorgverleners heeft verkregen, zijn aldus rechtsgeldig gevestigd.

De uitspraak van de Hoge Raad heeft Famed de gewenste duidelijkheid gegeven, maar is van belang voor (de financiering van) de zorg in het algemeen. Ook veel banken hebben financieringen verstrekt aan zorgverleners die gezekerd zijn met pandrechten op het onderhanden werk van de zorgverleners. De uitspraak van de Hoge Raad stelt zorgverleners en hun financiers gerust. 

Door: Nina Meuwese

 

Meer weten?

Voor meer informatie over dit artikel kunt u contact opnemen met

Laatste artikelen in ondernemingsrecht

7 september 2018

TIJDIGE PUBLICATIE JAARREKENING

Voor de bv en de nv geldt dat de jaarrekening uiterlijk 12 maanden na afloop van het boekjaar gepubliceerd dient te zijn bij de Kamer van Koophandel. Het lijkt eenvoudig hieraan te voldoen, de praktijk wijst echter uit dat de publicatie van de jaarrekening vaak te laat of helemaal niet plaatsvindt. Het niet tijdig publiceren van de jaarrekening kan grote gevolgen hebben.

Lees verder

6 september 2018

DE FEITELIJK BESTUURDER – EEN (NIET) TE BENIJDEN POSITIE

Het Hof Amsterdam heeft recent een uitspraak gedaan over de omstandigheden waarin een feitelijk bestuurder van een B.V. aansprakelijk kan worden gesteld wegens onbehoorlijke taakvervulling, zelfs als er een statutair bestuurder in functie is.

Lees verder

6 september 2018

VOORFINANCIERING MKB EN ZZP’ERS VERLICHT: BETAALTERMIJN VAN MEER DAN 60 DAGEN ONGELDIG

In de praktijk is het niet ongebruikelijk dat grote ondernemingen betaaltermijnen hanteren van 90 tot 120 dagen. Sinds 1 juli 2017 zijn de mogelijkheden om dergelijke betaaltermijnen op te nemen in nieuwe contracten ingeperkt. Per 1 juli 2018 moeten ook alle bestaande contracten zijn aangepast aan deze wetgeving.

Lees verder
Heeft u een vraag? Wij helpen u graag verder. Neem contact op met een van onze specialisten.

Onze diensten