Trust everything

's-Hertogenbosch | Eindhoven | Amsterdam

PAS OP VOOR HET AANGAAN VAN VERPLICHTINGEN MET EEN PROJECTVENNOOTSCHAP

9 juli 2018

Vastgoedprojecten worden doorgaans – onder meer ter afdekking van de risico’s - ondergebracht in een projectvennootschap. De projectvennootschap treedt op als contractspartij en is bij het contracteren veelal niets meer dan een lege huls, tot het moment waarop de projectvennootschap haar financiële verplichtingen moet nakomen. In dat geval zal een derde, vaak een gelieerde partij, de projectvennootschap financieren.

Wat was er aan de hand?

Vorig jaar heeft de Hoge Raad een uitspraak (HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:484) gedaan die maakt dat aan het zakendoen middels een projectvennootschap risico’s kunnen kleven. Wat was er aan de hand:

Hanzevast Beleggingen en G4 hadden geruime tijd onderhandeld over de verkoop en levering van een stadion en kantoorruimte. Hanzevast Beleggingen had voor dit project de projectvennootschap Hanzevast III opgericht, waarvan zij enig aandeelhouder en tevens bestuurder was.

In mei 2004 hebben partijen een koopovereenkomst gesloten. Nadien hebben partijen onderhandeld over de wensen van de (technische) uitvoering van de kantoorruimte. De (technische) wensen zouden leiden tot ruim € 1,9 miljoen aan meerwerk. Na een discussie heeft Hanzevast III zich op het standpunt gesteld dat er geen volledige overeenstemming was bereikt. Voor het geval er wel overeenstemming zou zijn bereikt, zou G4 volgens Hanzevast III tekortschieten, omdat G4 niet bereid was de kantoorruimte tegen de overeengekomen koopprijs op het vereiste niveau af te leveren. Nadat Hanzevast III G4 een termijn had gesteld om alsnog haar verplichtingen na te komen, heeft Hanzevast III de koopovereenkomst ontbonden.

In deze zaak staat vast dat Hanzevast III de koopovereenkomst met G4 niet had mogen ontbinden. G4 spreekt Hanzevast Beleggingen – als bestuurder van Hanzevast III - aan tot vergoeding van de gederfde winst. De projectvennootschap, Hanzevast III, was immers een lege vennootschap en bood geen verhaal voor G4.

Oordeel Hoge Raad

Zowel het Hof als de Hoge Raad oordelen dat Hanzevast als bestuurder van Hanzevast III jegens G4 aansprakelijk is, doordat Hanzevast III ten onrechte de ontbinding heeft ingeroepen. Hanzevast heeft, als bestuurder van de projectvennootschap, bewerkstelligd dan wel toegelaten dat Hanzevast III niet kon nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de door G4 geleden schade.

Door het sluiten van de koopovereenkomst, mocht G4 ervan uitgaan dat Hanzevast Beleggingen ervoor zou zorgdragen dat Hanzevast III van voldoende financiële middelen zou worden voorzien om de koopsom te kunnen voldoen. Partijen waren immers overeengekomen dat Hanzevast de projectvennootschap zou voorzien van voldoende financiële middelen, zodra het stadion en de kantoorruimte zouden worden geleverd. Onder andere het voornoemde maakt dat Hanzevast Beleggingen een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt en dus aansprakelijk is.

Mocht u op het punt staan om middels een projectvennootschap rechtshandelingen te verrichten, neem dan gerust vrijblijvend contact op.

Door: Mark Clijsen

 

Meer weten?

Voor meer informatie over dit artikel kunt u contact opnemen met

Laatste artikelen in ondernemingsrecht

7 september 2018

TIJDIGE PUBLICATIE JAARREKENING

Voor de bv en de nv geldt dat de jaarrekening uiterlijk 12 maanden na afloop van het boekjaar gepubliceerd dient te zijn bij de Kamer van Koophandel. Het lijkt eenvoudig hieraan te voldoen, de praktijk wijst echter uit dat de publicatie van de jaarrekening vaak te laat of helemaal niet plaatsvindt. Het niet tijdig publiceren van de jaarrekening kan grote gevolgen hebben.

Lees verder

6 september 2018

DE FEITELIJK BESTUURDER – EEN (NIET) TE BENIJDEN POSITIE

Het Hof Amsterdam heeft recent een uitspraak gedaan over de omstandigheden waarin een feitelijk bestuurder van een B.V. aansprakelijk kan worden gesteld wegens onbehoorlijke taakvervulling, zelfs als er een statutair bestuurder in functie is.

Lees verder

6 september 2018

VOORFINANCIERING MKB EN ZZP’ERS VERLICHT: BETAALTERMIJN VAN MEER DAN 60 DAGEN ONGELDIG

In de praktijk is het niet ongebruikelijk dat grote ondernemingen betaaltermijnen hanteren van 90 tot 120 dagen. Sinds 1 juli 2017 zijn de mogelijkheden om dergelijke betaaltermijnen op te nemen in nieuwe contracten ingeperkt. Per 1 juli 2018 moeten ook alle bestaande contracten zijn aangepast aan deze wetgeving.

Lees verder
Heeft u een vraag? Wij helpen u graag verder. Neem contact op met een van onze specialisten.

Onze diensten