Trust everything

's-Hertogenbosch | Eindhoven | Amsterdam

MAG DE OVERHEID BESLUITEN BEKEND MAKEN PER E-MAIL?

13 oktober 2017

De communicatie tussen burgers en bestuursorganen vindt steeds vaker digitaal plaats, maar mag een overheidsinstantie ook officiële besluiten via de digitale weg bekendmaken? En zo ja, heeft dat gevolgen voor het gaan lopen van de bezwaartermijn van zes weken? Deze vragen lagen voor in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 oktober jl.

Wat zegt de wet?

Op grond van de wet (artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. De wet (artikel 3:41 van de Awb) schrijft verder voor dat de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbende zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.

Voorgeschiedenis

In deze zaak had appellant per e-mail een Wob-verzoek ingediend om een aantal documenten van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders te krijgen. Het besluit op dit verzoek werd door het bestuursorgaan op 11 augustus 2015 per e-mail bekendgemaakt aan appellant en later ook per brief. Appellant maakte op 23 september 2015 bezwaar tegen dit besluit en dat was exact één dag te laat wanneer het toezenden van het besluit per e-mail zou gelden als de bekendmaking van het besluit in de zin van artikel 3:41 Awb. Hoewel het bestuur daar niet de fatale conclusie aan verbond dat appellant niet-ontvankelijk was in zijn bezwaar, heeft de voorzieningenrechter op een later tijdstip ambtshalve getoetst of het bezwaarschrift binnen de wettelijke termijn was ingediend. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter was het bezwaarschrift niet binnen de daartoe gestelde termijn ingediend en had appellant volgens de voorzieningenrechter geen reden gegeven voor verschoonbaarheid van de overschrijding van de termijn. Daarop heeft de voorzieningenrechter het besluit op bezwaar vernietigd, het bezwaar van appellant alsnog niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat zijn uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Wat vond onze hoogste bestuursrechter?

Appellant liet het er niet bij zitten en ging in hoger beroep bij de Afdeling. Ook daar vond hij het gelijk niet aan zijn zijde. Allereerst overwoog de Afdeling dat een bestuursorgaan een bericht dat tot een of meer geadresseerden is gericht (op grond van artikel 2:14, eerste lid van de Awb) elektronisch kan verzenden voor zover de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het bestuur zich terecht op het standpunt gesteld dat appellant kenbaar heeft gemaakt langs elektronische weg bereikbaar te zijn. Daarvoor is van belang dat appellant het Wob-verzoek via e-mail heeft ingediend en dat het bestuur de ontvangst daarvan per e-mail heeft bevestigd. Uit de dossierstukken volgt dat ook alle overige communicatie, zoals mededelingen van verdaging van het te nemen besluit op het Wob-verzoek, heeft plaatsgevonden langs elektronische weg. Ter zitting van de Afdeling heeft het bestuur daarover nog verklaard dat het regelmatig Wob-verzoeken van appellant ontvangt en dat alle correspondentie via e-mail plaatsvindt. Tussen het bestuur en appellant bestond met andere woorden een bestendige e-mailpraktijk die maakt dat appellant langs elektronische weg bereikbaar was. De Afdeling wijst in dit kader op haar uitspraken van 17 februari 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BL4121) en van 29 april 2008 (ECLI:NL:RVS:2008:BD0772).  De stelling van appellant dat het besluit ook per gewone post aan hem was toegezonden en hem pas een week na de gestelde verzenddatum had bereikt was volgens de Afdeling gelet op het voorgaande niet meer relevant. De termijn waarbinnen bezwaar kon worden gemaakt ving immers volgens de Afdeling aan een dag na de verzending van het besluit per e-mail. De Afdeling oordeelde dan ook dat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend en verklaarde appellante niet-ontvankelijk.

Advies

Let dus op wanneer u per e-mail informatie uitwisselt met bestuursorganen. Wellicht kunnen uw verzoeken worden aangemerkt als officiële aanvragen om een beschikking te nemen (in de zin van de Algemene wet bestuursrecht) en kan de reactie daarop van de overheid worden aangemerkt als een besluit (in de zin van de Awb) waartegen u binnen zes weken bezwaar moet aantekenen om te voorkomen dat dit besluit onherroepelijk wordt. Het blijft dus zaak om goed op te letten en bij twijfel tijdig juridische hulp in te roepen.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of advies over uw kansen op een succesvolle procedure tegen de overheid? Neem dan vrijblijvend contact op met onze specialisten op het gebied van overheidsrecht: Tim Segers, Peter Huijbregts en Jelle Bekke.

 

 Door: Tim Segers

 

Meer weten?

Voor meer informatie over dit artikel kunt u contact opnemen met

Laatste artikelen in overheid & vastgoed

13 maart 2018

VERANDERT DE ONDERZOEKSPLICHT VAN EEN KOPER DOOR WIJZIGING IN STANDAARD NVM KOOPAKTE?

Het standaardmodel van de NVM koopakte voor eengezinswoningen is per 1 februari 2018 gewijzigd. Belangrijkste wijziging is dat er voortaan een standaard ontbindende voorwaarde voor het uitvoeren van een bouwkundige keuring staat opgenomen.

Lees verder

12 maart 2018

HUURRECHTELIJKE LESSEN IN EEN PIKANT JASJE

In een arrest van het Gerechtshof Amsterdam stond een raamprostitutiebedrijf centraal met daarboven een woning. Was dit pand aan te merken als ‘bedrijfsruimte’, ‘woonruimte’ of misschien zelfs allebei? En als het bedrijfsruimte is, dan misschien als ‘ambachtsbedrijf’? Juridische relevante vragen als een verhuurder de huur wil verhogen en een huurder het hier niet mee eens is. Hoe oordeelde het Hof?

Lees verder

12 maart 2018

KAN HET ‘PATATPALEIS’ EEN BEROEP DOEN OP NAKOMING VAN EEN OVEREENKOMST WAARBIJ ZIJ GEEN PARTIJ IS?

In een bijdrage in het tijdschrift Rechtspraak Vastgoedrecht (RVR) bespreekt mr. Jelle Bekke onder welke omstandigheden derden een beroep kunnen doen op nakoming van een overeenkomst waarbij zij geen partij zijn.

Lees verder
Heeft u een vraag? Wij helpen u graag verder. Neem contact op met een van onze specialisten.

Onze diensten