Photo 1501426026826 31C667bdf23d

Komen resterende vakantiedagen per 1 juli a.s. ondanks - of juist dankzij - Covid-19 te vervallen?

16 juni 2021

Juli is in aantocht en dat betekent dat de vakantieperiode weer voor de deur staat, maar óók de vervaldatum voor de wettelijke vakantiedagen van 2020. Aanleiding om eens te kijken naar de wegens Covid-19 massaal opgespaarde vakantiedagen door werknemers. De beperkte mogelijkheden om te reizen en leuke activiteiten te ondernemen, maken dat in 2020 en de eerste maanden van 2021 veel werknemers minder vakantiedagen hebben opgenomen. Gevolg daarvan is dat de nodige vakantiestuwmeren aan het ontstaan zijn. Kan je dat als werkgever voorkomen door hierover afspraken te maken of lost de wettelijke vervaltermijn voor vakantiedagen dit op 1 juli a.s. automatisch voor werkgevers op?

(On)Mogelijkheden

Vanwege de ontstane stuwmeren en om te voorkomen dat werknemers zodra het weer kan massaal al hun dagen willen opnemen, proberen veel werkgevers met hun werknemers afspraken te maken over het opnemen van de vakantiedagen. Met instemming van werknemer is dat zeker mogelijk en in de praktijk zien we dat ook veel gebeuren, waarbij overigens ook de rol van de OR of PVT niet onbenoemd mag blijven.

Indien werknemers, al dan niet na voorafgaande instemming van OR of PVT, individueel instemmen voorkomt dat vervelende discussies. Problematischer wordt het als een werknemer zijn/haar instemming weigert. De vraag die zich dan voordoet is of je als werkgever de werknemer toch mag verplichten om vakantiedagen op te nemen of daarvan afstand te doen?

De kantonrechter Rotterdam heeft deze vraag in een recente casus ontkennend beantwoord.

 

Casus en oordeel rechter

De werkgever die in april 2021 voor deze rechter in Rotterdam verscheen, had zijn werknemers aan het einde van het jaar 2020 gevraagd in verband met Covid-19 vakantie op te nemen of dagen te doneren aan de werkgever. De werkgever stelt zich op het standpunt dat werknemer X hiermee had ingestemd, maar werknemer X verzette zich hiertegen en stelt niet ondubbelzinnig te hebben ingestemd.

De kantonrechter komt tot het oordeel dat Covid-19 niet als grondslag kan dienen om een werknemer te verplichten verlofuren in te leveren. Ook overweegt de rechter dat in deze situatie niet gesteld kon worden dat werknemer X definitief, ondubbelzinnig en in alle vrijheid afstand heeft gedaan van zijn verlofuren nu een dergelijke verklaring ontbreekt en werknemer X juist te kennen heeft gegeven niet te willen instemmen met verlies van zijn verlofuren.[1]

 

Vervaltermijn

Ondanks Covid-19 blijft op grond van de wet gelden dat in beginsel (1) de wettelijke vakantiedagen die werknemers in 2020 hebben opgebouwd en op 30 juni 2021 nog niet hebben genoten, per 1 juli 2021 komen te vervallen; en (2) deze vervaltermijn niet geldt voor de bovenwettelijke vakantiedagen.

Let op: dit kan beiden contractueel anders zijn overeengekomen in de arbeidsovereenkomst, cao of een vakantiereglement. Tevens geldt (mogelijk) een uitzondering op deze hoofdregel in geval van (langdurige) arbeidsongeschiktheid of als de werkgever de werknemer niet in staat stelt deze vakantiedagen te laten genieten.

 

Conclusie

Als de werknemer niet individueel instemt met het opnemen van vakantiedagen, dient de werkgever de noodzaak daarvan met zwaarwichtige  belangen te onderbouwen. Met alleen de verwijzing naar de Covid-pandemie is aan die onderbouwing niet voldaan.

Er bestaat dus nog wel enige ruimte om ten aanzien van vakantiedagen enige offers te vragen van werknemers, maar alleen wanneer de werkgever kan onderbouwen dat zijn voorstel redelijk is en aanvaarding daarvan in redelijkheid van werknemers kan worden gevraagd.[2]

Wordt een werkgever dan gered door de wettelijke vervaltermijn per 1 juli a.s.? Mogelijk wel, maar niet altijd.

 

Tips en aanbevelingen

Indien je als werkgever een beroep wil kunnen doen op het vervallen van de resterende wettelijke vakantiedagen, dan verdient het aanbeveling je werknemers hierover tijdig (schriftelijk) te informeren, aan te dringen op het alsnog opnemen en te wijzen op de consequenties. Het is – zo blijkt ook uit de casus die hiervoor besproken is - raadzaam werknemers te laten bevestigen dat zij hiervan op de hoogte zijn.

Indien werknemer na een dergelijke waarschuwing vakantiedagen wenst op te nemen, dan dient werknemer daartoe in de gelegenheid worden gesteld. Wordt werknemer de aanvraag geweigerd, dan wordt het niet redelijk geacht dat de dagen toch komen te vervallen.

Nemen werknemers hun vakantiedagen desondanks niet tijdig op, dan blijkt uit deze bevestiging dat zij zich bewust waren van de consequenties en ondubbelzinnig afstand hebben gedaan van (dat deel van) hun verlofsaldo.

Uiteraard dient er wel tijd en gelegenheid te zijn om de vakantiedagen op te nemen. Zijn werknemers nog in het geheel niet geïnformeerd over de consequenties van de vervaltermijn of gevraagd dagen op te nemen, dan is de aanstaande vervaltermijn een mooi haakje om duidelijke afspraken te maken over wanneer welke dagen worden opgenomen op zodanige wijze dat werknemer daadwerkelijk verlof opneemt in een periode dat het de werkgever óók schikt.

 

[1] Rb. Rotterdam 23 april 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:3869.

[2] Rb. Rotterdam 29 mei 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:4731.