Home / Ons nieuws / …
Meer weten? Neem contact op met onze specialisten:
De datum van 1 juli is net voorbij en bij veel werkgevers zal er in hun vakantiedagenadministratie een streep zijn gezet door nog resterende (d.w.z. niet opgenomen) vakantiedagen van vorig jaar. Maar mag dat wel?
Vakantie heeft een belangrijke ‘recuperatie’ ofwel herstel-functie. Ook als een werknemer niet op reis kan/gaat, is het belangrijk dat hij uit kan rusten en weer op krachten kan komen.
In de wet wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijke vakantiedagen (bij een fulltime dienstverband minimaal 20 dagen per jaar) en zgn. bovenwettelijke vakantiedagen. Dat zijn de dagen die boven het wettelijk minimum uitstijgen en die vaak op grond van een bedrijfsregeling of cao worden toegekend.
Wettelijke vakantiedagen kennen sinds 2012 een korte vervaltermijn, namelijk 6 maanden na afloop van het jaar waarin ze zijn opgebouwd (art. 7:640a BW). Bovenwettelijke vakantiedagen verjaren vijf jaar na het jaar waarin ze zijn opgebouwd (art. 7:642 BW).
Uit de Nederlandse (lagere) rechtspraak bleek ook al dat als een werkgever:
Het is dus niet voldoende om alleen vooraf in de arbeidsovereenkomst of vakantieregeling te wijzen op de plicht om voor een bepaalde datum verlof op te nemen en de werknemer te wijzen de consequenties ervan (nl. verval).
De werkgever heeft een actieve zorg- en informatieplicht en moet er concreet en in alle transparantie voor zorgen dat werknemer daadwerkelijk de mogelijkheid heeft om zijn jaarlijkse vakantie op te nemen en de werknemer er zo nodig toe aan te zetten om dat ook echt te doen.
Er werd nog enige tijd gedacht dat deze rechtspraak enkel zag op de wettelijke vakantiedagen maar inmiddels heeft de Hoge Raad op 23 juni jl. (https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:HR:2023:955) deze leer ook bevestigd voor de langere verjaringstermijn bij vakantieverlof.
Als een werkgever onvoldoende kan aantonen dat hij zijn actieve zorg- en informatieplicht is nagekomen om de werknemer daadwerkelijk in staat te stellen met vakantieverlof te gaan, komt hem geen beroep toe op de verjaringstermijn van artikel 7:642 BW. Het feit dat de werknemer in kwestie advocaat was en wellicht beter op de hoogte van zijn rechten en plichten dan een niet-jurist mocht de werkgever niet baten. Die moest 186,5 vakantiedagen aan werknemer uitbetalen.
Aanbevelingen
Ter voorkoming van kostbare stuwmeren aan verloftegoeden raden we werkgevers aan om:
Gelet op de eis dat de werknemer tijdig moet worden geïnformeerd en een daadwerkelijke mogelijkheid moet krijgen om het verloftegoed op te nemen, kun je logischerwijs niet wachten tot een aantal weken voor de verval/verjaringsdatum, maar doe je er als werkgever goed aan om dat in ieder geval aan het begin van het kalenderjaar te doen.
Contact
Mocht u vragen hebben over dit onderwerp, neem dan gerust contact op met een van de leden van Team Arbeidsrecht. Wij helpen u graag.
Meer weten? Neem contact op met onze specialisten:





Want to stay informed about the latest developments in the field of law?
We use various cookies on our website. Cookies are small data files that your web browser places on your computer or other device. When you visit our website again, the information stored in these cookies is sent back to your browser. LXA only uses functional and analytical cookies on its website. These cookies have little or no impact on your privacy.