Home / Ons nieuws / …
Meer weten? Neem contact op met onze specialisten:
De enquêteprocedure is een krachtig instrument in het ondernemingsrecht. Op grond van artikel 2:345 BW kan de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam een onderzoek bevelen naar het beleid en de gang van zaken van een vennootschap. Dat verzoek wordt toegewezen als blijkt van gegronde redenen om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen (artikel 2:350 BW). Vermogensrechtelijke geschillen tussen aandeelhouders en/of bestuurders kunnen bijdragen aan zulke gegronde redenen, maar een zuiver vermogensrechtelijk geschil is onvoldoende. De Ondernemingskamer laat dit in de hier besproken zaak goed zien.
De zaak: uittreding in een apothekersgroep
Vijf aandeelhouders exploiteren samen een groep apotheken in Purmerend en Monnickendam via Zorggroep Laag Holland B.V. (ZLH). Twee van hen kondigen aan met pensioen te willen gaan en hun aandelen te willen overdragen per 1 januari 2025. Daarna ontstaat discussie over de uitleg en toepasselijkheid van de waardebepalingsregeling in de aandeelhoudersovereenkomst. De verhoudingen verharden en meerdere juridische procedures worden gevoerd. Het gaat daarbij enerzijds om een civiele bodemprocedure over de uittreedprijs en de uitleg van de waardebepalingsregeling in de aandeelhoudersovereenkomst, en anderzijds om het hierna te bespreken enquêteverzoek bij de Ondernemingskamer.
De vertrekkende aandeelhouders dienen vervolgens een enquêteverzoek in. Zij voeren twaalf concrete bezwaren aan: van niet-collegiaal gedrag in bestuursvergaderingen en een vermeend persoonlijk bestandenopslagsysteem tot het zonder overleg stopzetten van managementvergoedingen en het niet naleven van governance-afspraken.
Wat beslist de Ondernemingskamer?
De Ondernemingskamer groepeert de twaalf klachten thematisch en weegt elk cluster afzonderlijk. Het resultaat is steeds hetzelfde: de verwijten zijn te nauw verweven met het onderliggende aandeelhoudersdispuut en raken onvoldoende aan het vennootschappelijk belang. De Ondernemingskamer benadrukt daarbij dat de twaalf klachten gezamenlijk ook onvoldoende aan het vennootschappelijk belang raken.
Het oordeel van de Ondernemingskamer over de gespannen sfeer in de bestuursvergaderingen illustreert dit uitgangspunt: stevige discussies en een onnodig minachtende toon zijn vervelend, maar leveren geen schending op van de zorgvuldigheidsnorm van artikel 2:8 BW. Ook fricties over het stopzetten van managementvergoedingen en het incasseren van reiskosten zijn voor de Ondernemingskamer te dun om te kwalificeren als ‘gegronde reden’.
De kern van het oordeel staat in rechtsoverweging 4.25:
“[…] Voortzetten van de samenwerking wordt door niemand meer gewenst. Enig echt twistpunt is nog de prijs waarvoor de aandelen door [aandeelhouder C] c.s. zullen worden overgenomen. Dat is in de kern echter een vermogensrechtelijke geschil tussen de aandeelhouders, waarin zo nodig de civiele rechter het laatste woord heeft. Weliswaar is juist dat als gevolg van dit geschil de verhoudingen tussen de aandeelhouders zijn verhard en dat dit op onderdelen ook een wissel trekt op de gang van zaken binnen ZLH en haar onderneming, maar de Ondernemingskamer heeft niet kunnen vaststellen dat die kwesties, ook in onderling verband en samenhang bezien, van voldoende gewicht zijn om te kwalificeren als gegronde redenen.”
Het juridisch kader: wat is de maatstaf?
Vennootschappelijk belang staat centraal
Bij de vervulling van hun taak dienen bestuurders zich te richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming (artikel 2:239 lid 5 BW). Zij zijn daarbij ook gehouden tot zorgvuldigheid jegens allen die bij de vennootschap zijn betrokken (artikel 2:8 BW).
De enquêteprocedure toetst of dat belang in het gedrang komt. Niet of aandeelhouders onderling tevreden zijn over elkaars houding. De Ondernemingskamer past dit onderscheid in de ZLH-zaak consequent toe. De klachten van de vertrekkende aandeelhouders zijn in de kern ingegeven door hun wens om op goede condities uit de vennootschap te treden. Dat is een legitiem belang, maar niet het belang dat de enquêteprocedure beoogt te beschermen. Het vennootschappelijk belang wordt bepaald door het bevorderen van het bestendige succes van de onderneming, niet door de vermogensrechtelijke positie van individuele aandeelhouders.
De enquête is geen verlengstuk van een civiele procedure
De Ondernemingskamer maakt duidelijk dat de kern van het geschil – wie betaalt wat voor welke aandelen – in dit geval thuishoort bij de gewone civiele rechter. De enquêteprocedure is niet bedoeld voor de beslechting van vermogensrechtelijke geschillen over uittreedprijzen en exitvoorwaarden.
Dit oordeel past in vaste jurisprudentie. De enquêteprocedure heeft een eigen doelstelling: onderzoek naar en sanering van wanbeleid bij rechtspersonen, gericht op het belang van de vennootschap. Dat is een wezenlijk ander doel dan het beslechten van contractuele geschillen tussen aandeelhouders. De Hoge Raad heeft herhaaldelijk bevestigd dat het enquêterecht niet dient ter behartiging van de eigen belangen van verzoekers, maar gericht moet zijn op het belang van de rechtspersoon (HR 26 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BD5516, r.o. 3.2.2).
Wat betekent dit voor u?
Het enquêterecht dient het belang van de vennootschap, niet het belang van individuele aandeelhouders. De centrale vraag is daarom of de klachten, ook gezamenlijk, gegronde redenen opleveren om te twijfelen aan het vennootschappelijk beleid.
Gaat het zuiver om een vermogensrechtelijk geschil tussen aandeelhouders? Dan is de enquêteprocedure niet het juiste instrument. In sommige gevallen kan de Ondernemingskamer alsnog de oplossing bieden door toepassing van de geschillenregeling. In andere gevallen dient zelfs enkel de weg naar de civiele rechter te worden bewandeld.
Gaat het u werkelijk om beleid dat de onderneming als zodanig schaadt? Dan kan de enquêteprocedure wel de juiste oplossing zijn.
In de praktijk is dit onderscheid echter niet altijd eenvoudig te maken. Zeker in conflictsituaties lopen klachten over bestuurlijk handelen en geschillen over aandeelhoudersafspraken regelmatig door elkaar. Juist dan is het zinvol om vooraf juridisch advies in te winnen over de juiste marsroute. Een verkeerde keuze kost niet alleen tijd en geld, maar vergroot ook het risico dat uw eigenlijke bezwaar onbesproken blijft.
Wilt u advies over de in dit artikel besproken onderwerpen? Wij denken graag mee. Neem contact op met onze specialisten: Edwin Mulders, Maggie van Waaijenburg, Niels Setz en Amber Zegers.
Meer weten? Neem contact op met onze specialisten:








Regelmatig op de hoogte blijven van de laatste juridische ontwikkelingen?
Op onze website maken wij gebruik van verschillende cookies. Cookies zijn kleine informatiebestanden die door uw webbrowser op uw computer of andere apparatuur worden geplaatst. Als u onze website nogmaals bezoekt, wordt de informatie die in deze cookies is opgeslagen weer naar uw webbrowser gestuurd. LXA maakt op haar website alleen gebruik van functionele en analytische cookies. Deze cookies hebben geen of slechts een geringe impact op uw privacy.