Do you have a question? Please contact us at +31 73 700 36 00. Or leave a message.
  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
  • This field is hidden when viewing the form
Short stay

‘Huisvesting’ is niet hetzelfde als ‘wonen’: wat betekent dat voor short stay?

Of short stay planologisch is toegestaan, is een vraag die in de praktijk met enige regelmaat rijst. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft die vraag al meerdere malen beantwoord in het kader van percelen die zijn bestemd voor ‘wonen’. Daaruit is duidelijk geworden dat short stay in die gevallen enkel is toegestaan wanneer dit gepaard gaat met een zekere mate van duurzaamheid.

Een recente uitspraak van de Afdeling lijkt meer ruimte te creëren: als het omgevingsplan niet ‘wonen’ maar ‘huisvesting’ als toegestaan gebruik omschrijft, liggen de kaarten anders en mogelijk gunstiger voor exploitanten van short stay.

De duurzaamheidseis bij ‘wonen’

De bestaande rechtspraak over short stay en de woonfunctie is inmiddels redelijk duidelijk. ‘Wonen’ veronderstelt een zekere mate van duurzaamheid. Of daarvan sprake is, hangt af van een samenstel van omstandigheden. Van belang is bijvoorbeeld de periode van het verblijf en of de gebruikers elders hun hoofdverblijf houden (ABRvS 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:399). Ook van belang kan zijn of de ruimte gemeubileerd wordt aangeboden en of diensten worden verleend die horen bij niet-duurzaam verblijf. Een andere relevante omstandigheid kan zijn of de gebruikers zich inschrijven in de Basisregistratie Personen (ABRvS 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:588). Al deze omstandigheden moeten in onderlinge samenhang worden bezien. Doorslaggevend is geen van deze factoren afzonderlijk, maar samen bepalen zij of het gebruik voldoende bestendig is om als ‘wonen’ te kwalificeren.

Dit toetsingskader brengt vaak mee dat short stay niet past binnen een bestemming die uitsluitend ‘wonen’ toestaat.

Niet ‘wonen’ maar ‘huisvesting’ als bestemd gebruik

De Afdeling heeft nu geoordeeld dat dit anders ligt wanneer de planregel niet ‘wonen’ maar ‘huisvesting’ als toegestaan gebruik formuleert. Beide begrippen zijn in het dagelijks spraakgebruik verwant, maar planologisch zijn zij niet uitwisselbaar. Voor dit onderscheid verwijst de Afdeling naar Van Dale: ‘huisvesting’ is een gelegenheid om te verblijven en ‘huisvesten’ is een (tijdelijk) verblijf verschaffen. Het tijdelijke karakter van short stay staat aan de term ‘huisvesting’ dus niet in de weg. Het valt er juist expliciet onder.

Een bijkomend aandachtspunt is de vraag of de planregel een doelomschrijving bevat. In de beoordeelde casus bepaalde de planregel niet welk doel de huisvesting moest dienen. Nu de planregel hierover geen beperkingen stelde, was huisvesting voor recreatief verblijf mogelijk. Ontbreekt een doelbepaling, dan lijkt een eigenaar of exploitant dus met succes te kunnen betogen dat kortdurend of recreatief verblijf past binnen de bestemming.

Gevolgen voor de praktijk

Dit oordeel kan gevolgen hebben voor de planologische beoordeling van short stay. Gemeenten die in hun omgevingsplan de term ‘huisvesting’ hanteren in plaats van ‘wonen’ (al dan niet bewust) creëren daarmee planologische ruimte voor tijdelijk verblijf. De omstandigheden die bij de beoordeling van short stay onder de noemer ‘wonen’ van belang zijn, verliezen bij de term ‘huisvesting’ hun doorslaggevende karakter. Eigenaren en exploitanten doen er dan ook goed aan de exacte bewoordingen van de toepasselijke planregels nauwkeurig te bestuderen. Staat er ‘wonen’, dan geldt het duurzaamheidsvereiste. Staat er ‘huisvesting’ of een andere formulering, dan is tijdelijk verblijf mogelijk planologisch inpasbaar.

Gemeenten die bij gebruik van ‘huisvesting’ bepaalde vormen van kortdurend verblijf willen uitsluiten, zullen dat expliciet in de planregel moeten verankeren. Zonder een dergelijke beperking biedt de term ‘huisvesting’ ruimte voor een breed spectrum aan verblijfsvormen.

Contact

Heeft u vragen over de planologische mogelijkheden voor short stay op uw perceel? Neem dan contact op met Eva Bakker of Anne-Co Treure.
ABRvS 16 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5522

Want to stay informed about the latest developments in the field of law?

Sign up for our newsletter