Alejandro Escamilla 22 Copy

DE TWEEDE KAMER STEMT IN MET HET WETSVOORSTEL “WET FRANCHISE”

17 juni 2020

De afgelopen maanden is het wetsvoorstel "Wet Franchise" (Wetsvoorstel) in de Tweede Kamer besproken en zijn er een tweetal voorstellen ingediend om de Wet Franchise aan te passen (amendementen). Gisteren, 16 juni 2020, hebben de leden van de Tweede Kamer ingestemd met het Wetsvoorstel, inclusief de twee ingediende amendementen. Naar aanleiding van deze amendementen is het Wetsvoorstel gewijzigd.

Klik hier om het gewijzigde Wetsvoorstel te lezen. De amendementen zijn ingediend door de leden Palland/Aartsen en Bromet/Van der Lee.

Het door Palland en Aartsen ingediende amendement ziet op het dwingendrechtelijke karakter van de Wet Franchise. Met dit amendement wordt geregeld dat voor franchisenemers die opereren buiten Nederland een uitzondering wordt gemaakt. Bij deze franchisenemers mag contractueel worden afgeweken van de Wet Franchise. Dit geldt tevens voor partijen die een rechtskeuze hebben gemaakt voor Nederlands recht, mits de franchisenemers buiten Nederland opereren. Het dwingendrechtelijke karakter van de Wet Franchise wordt hiermee versoepeld. Met dit amendement wordt beoogd om louter de in Nederland actieve franchisenemers te beschermen in situaties waarbij het overwicht van de franchisegever tot onredelijke en onwenselijke situaties kan leiden voor de franchisenemer. Het amendement dient tevens maatwerk te bieden voor franchisegevers en franchisenemers.

Naar aanleiding van dit amendement zijn artikelen 921 en 922 gewijzigd. In artikel 921, eerste lid, sub d, subonderdeel 1º is na “een meerderheid van de” de zinsnede “in Nederland gevestigde” toegevoegd. In subonderdeel 2º van dit artikel is na “elk van de” de zinsnede “in Nederland gevestigde” toegevoegd.

Daarnaast komt artikel 922 als volgt te luiden:

“Ten aanzien van in Nederland gevestigde franchisenemers geldt dat van het bepaalde bij deze Titel niet ten nadele van hen kan worden afgeweken en dat een beding in strijd met artikel 920 nietig is, ongeacht het recht dat de franchiseovereenkomst beheerst.”

Het amendement dat is ingediend door Bromet en Van der Lee ziet op de onzekerheid van de uitvoering van de Wet Franchise in de praktijk. Gelet op deze onzekerheid is het van belang dat de Wet Franchise zo snel mogelijk (lees: na vijf jaar) dient te worden geëvalueerd. Deze evaluatie ziet onder andere op de effecten van de Wet Franchise op franchisegevers die over internationale grenzen werken. Daarbij dient te worden geëvalueerd in hoeverre ruimte voor innovatie wordt beperkt door de Wet Franchise. Ook dient de relatie tussen de franchisegevers en de franchisenemers te worden geëvalueerd. Er dient te worden bekeken of deze samenwerking tijdens de looptijd van de Wet Franchise wordt verbeterd of verslechterd. Naar aanleiding van dit amendement is het artikel “ARTIKEL IIA” aan het Wetsvoorstel toegevoegd. Dit artikel luidt als volgt:

“Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de effecten van deze wet op de groei van de franchisesector, de ruimte voor innovatie en de samenwerking binnen die sector.”

Een meerderheid van de leden in de Tweede Kamer hebben tevens een motie van Aartsen gesteund waarin de regering wordt gevraagd om vertegenwoordigers van franchisegevers en franchisenemers bij elkaar te brengen in een periodiek overlegorgaan en hen hierbinnen aan te moedigen om te komen tot modelafspraken en modelovereenkomsten over de invulling van de open normen uit de Wet Franchise. De (meerderheid van de) leden zijn het ermee eens dat de Wet Franchise een aantal open normen bevat. Zij onderkennen tevens de noodzaak voor het inkleuren van deze open normen. Gelet op de diversiteit aan franchisenemers en franchisenemers wordt voorgesteld om dit te doen binnen een neutraal overlegorgaan.

 

En wat nu?

De Tweede Kamer heeft het gewijzigde Wetsvoorstel vandaag doorgestuurd naar de Eerste Kamer. De Eerste Kamer kan het gewijzigde Wetsvoorstel aannemen of afwijzen. Indien de Eerste Kamer het Wetsvoorstel goedkeurt treedt het Wetsvoorstel na publicatie ervan als Wet Franchise in werking. Indien de Eerste Kamer het Wetsvoorstel afwijst, is het Wetsvoorstel (en daarmee de Wet Franchise) van de baan.

Hoewel het proces van goedkeuring door de Eerste Kamer ongetwijfeld weer enige tijd in beslag zal nemen, lijkt de kans bijzonder klein dat het Wetsvoorstel alsnog sneuvelt. De politiek is ervan overtuigd dat de Wet Franchise er moet komen en bij voorkeur zo snel mogelijk. We zijn dan ook op het moment aangekomen dat franchiseorganisaties niet alleen kritisch naar hun overeenkomsten moeten kijken, maar ook kritisch moeten kijken naar het hele proces van het werven van franchisenemers tot en met het afscheid nemen van franchisenemers.

Wij als LXA blijven niet alleen dit proces nauwkeurig in de gaten houden, maar tevens vooruit denken over mogelijke oplossingen om een aantal nadelen van het gewijzigde Wetsvoorstel te ondervangen indien het gewijzigde Wetsvoorstel door de Eerste Kamer wordt aangenomen. Wij helpen u graag met uw vragen! U kunt hierover contact opnemen met onze franchisespecialisten Herman Knotter, Maikel Exterkate en Shaghayegh Molawi