Defensie organiseert een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor de levering van beveiligingsproducten (waaronder diverse kluizen) en daarbij behorende diensten ten behoeve van het Commando Landstrijdkrachten.
In het Programma van Eisen (het ‘PvE’) dat deel uitmaakt van de aanbestedingsstukken worden een aantal certificeringseisen gesteld. Een van die eisen houdt in dat de beveiligingsproducten (met uitzondering van sleutelkluizen en sleutelbeheersystemen) dienen te zijn voorzien van een zogenaamd ECB-S certificaat (het ‘Certificaat’).
Defensie sluit een van de inschrijvers uit, omdat de producten van deze inschrijver op het moment van inschrijving niet voldoen aan het gevraagde Certificaat. Vervolgens gunt Defensie de opdracht voorlopig aan een andere inschrijver.
De uitgesloten inschrijver kan zich daar niet in vinden en start een kort geding, waarin zij onder meer intrekking van de gepubliceerde gunningsbeslissing vordert. Daarnaast vordert de uitgesloten inschrijver een gebod om haar inschrijving alsnog geldig te verklaren.
In deze zaak staat niet ter discussie dat de producten van de uitgesloten inschrijver op het moment van inschrijving nog niet waren voorzien van het uitgevraagde Certificaat. De uitgesloten inschrijver stelt zich echter op het standpunt dat het gevraagde Certificaat een uitvoeringseis en geen inschrijvingseis betreft. Concreet stelt zij zich dus op het standpunt dat haar producten op het moment van inschrijving nog niet aan het Certificaat hoefde te voldoen en dat zij dus ten onrechte is uitgesloten.
Defensie – en de voorlopig winnende inschrijver die zich in deze procedure aan de zijde van Defensie had gevoegd - stellen zich daarentegen op het standpunt dat sprake is van een inschrijvingseis en dat de betreffende inschrijver dus terecht van de aanbesteding is uitgesloten.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de vraag of de betreffende eis als een inschrijvings- of een uitvoeringseis moet worden aangemerkt, een vraag van uitleg is. Naar vaste jurisprudentie brengen de beginselen van transparantie en gelijkheid mee dat het er bij de uitleg van aanbestedingsstukken om gaat hoe een behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettende inschrijver een bepaling heeft kunnen begrijpen. Hierbij moet worden uitgegaan van de zogenaamde CAO-norm. De bewoordingen van de bepaling – gelezen in het licht van de gehele tekst van de overige (relevante) aanbestedingsstukken – zijn van doorslaggevende betekenis, waarbij het aankomt op de betekenis die – naar objectieve maatstaven - volgt uit de bewoordingen waarin die stukken zijn opgesteld.
Defensie en de voorlopig winnende inschrijver stellen dat sprake is van een inschrijvingseis, nu dat volgens hen zou volgen uit het feit dat het hebben van het vereiste Certificaat als een knock-out eis is geformuleerd in combinatie met hetgeen Defensie ten aanzien van het Certificaat had geantwoord in een Nota van Inlichtingen. Door Defensie was namelijk vermeld dat “uw inschrijving moet voldoen aan het PvE”. Omdat het Certificaat als een van de eisen was genoemd in het PvE, hadden inschrijvers dus moeten begrijpen dat hun producten al op het moment van inschrijving aan deze eis moesten voldoen.
De voorzieningenrechter acht het begrijpelijk dat de voorlopig winnende inschrijver er op basis daarvan is uitgegaan dat haar producten reeds op het moment van inschrijving moeten voldoen aan het Certificaat. Die uitleg is objectief ook niet onhoudbaar, aldus de voorzieningenrechter.
Dat laat echter onverlet dat de bewoordingen van de betreffende eis en de aangehaalde antwoorden gelezen in combinatie met de andere aanbestedingsstukken naar het oordeel van de voorzieningenrechter net zoveel ruimte laten voor het standpunt van de uitgesloten inschrijver, namelijk dat het Certificaat louter een uitvoeringseis betreft. Uit de woorden “Uw inschrijving moet voldoen aan het PvE” volgt niet zonder meer dat op het moment van inschrijving al aan deze eis moet zijn voldaan. Ook in de overige aanbestedingsstukken wordt dat niet zodanig duidelijk gemaakt dat daarover geen twijfel zou kunnen bestaan bij een normaal geïnformeerd en normaal oplettende inschrijver.
De voorzieningenrechter komt dan ook tot de conclusie dat de bewoordingen van de aanbestedingsstukken met betrekking tot de in het PvE opgenomen certificeringseis, naar objectieve maatstaven gemeten onvoldoende duidelijk zijn en op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd als het gaat om het moment waarop aan die eis moet worden voldaan. Bij dat oordeel wordt bovendien ook betrokken dat Defensie aanvankelijk zelf ook het standpunt innam dat sprake was van een uitvoeringseis. Dit onderstreept volgens de voorzieningenrechter dat de certificeringseis voor meerderlei uitleg vatbaar is. Dit maakt dat de voorlopige gunningsbeslissing moet worden ingetrokken en dat Defensie, indien zij de opdracht nog wil vergeven, deze opnieuw zal moeten aanbesteden.
Deze uitspraak illustreert maar weer eens dat een onduidelijkheid in de aanbestedingsstukken vergaande gevolgen kan hebben. Het kan er zelfs toe leiden dat een aanbesteding volledig opnieuw moet worden uitgevoerd, met alle gevolgen van dien.
Voor de voorlopige winnaar van de aanbesteding een bittere pil, nu zij er dus niet meer zeker van is dat zij de opdracht mag gaan uitvoeren. Ook Defensie zal niet blij zijn geweest met dit vonnis. Zij zal immers weer een hoop tijd en geld moeten gaan investeren in een heraanbesteding.
De aanvankelijk uitgesloten inschrijver zal waarschijnlijk positiever aankijken tegen de uitkomst van deze zaak. Zij krijgt immers bij een heraanbesteding opnieuw de mogelijkheid om de opdracht te winnen.
Voor aanbestedende diensten geldt dus dat zij er goed op moeten letten dat de aanbestedingsstukken die zij publiceren duidelijk zijn en dat daarin geen ruimte zit voor verschillende interpretaties van de gehanteerde eisen en begrippen. Voor inschrijvers is het van belang dat zij tijdig aan de bel trekken bij de aanbestede dienst als zij een onduidelijkheid opmerken in de aanbestedingsstukken, zodat de aanbestedende dienst hierover tijdig (dat wil zeggen: in ieder geval voor het indienen van de inschrijvingen) nadere duidelijkheid kan verschaffen. Dit voorkomt de situatie als hier aan de hand was, namelijk dat de aanbestedingsprocedure al volledig is doorlopen en naderhand volledig opnieuw moet.
Wilt u meer informatie over dit onderwerp, wenst u advies in een lopende kwestie of wilt u bijgestaan worden in een procedure, neem dan vrijblijvend contact op met onze specialisten op het gebied van het aanbestedingsrecht: Rianne van Pelt, Tim Segers en Inge Franken.