A4518da23689a4c425ef6080bddbf38d069ded42

Einde overgangstermijn Wet franchise nadert

25 mei 2022

Franchiseovereenkomsten die vóór 1 januari 2021 zijn gesloten en een looptijd hebben tot minimaal 1 januari 2023, dienen uiterlijk op 1 januari 2023 in overeenstemming met de Wet franchise te zijn aangepast. Franchisegevers hebben dus nog een half jaar de tijd om deze franchiseovereenkomsten aan te passen. Mocht de franchiseovereenkomst met uw franchisenemer(s) nog niet volledig aan de franchisewet beantwoorden, dan is het tijd om in actie te komen.

De aanpassingen in de franchiseovereenkomst

  • Goodwill: De franchiseovereenkomst moet een goodwillregeling bevatten. De goodwillregeling regelt op welke wijze de omvang van de eventueel aanwezige goodwill in de franchiseonderneming wordt vastgesteld. De vereisten waaraan de goodwillregeling moet voldoen, zijn neergelegd in artikel 7:920 lid 1 BW. Wil je meer weten over de goodwillregeling? Lees dan onze blog “Goodwill en de benoeming van een deskundige”.
  • Post-contractueel non-concurrentiebeding: Bevat de franchiseovereenkomst een post-contractueel non-concurrentiebeding? Dan moet dit beding voldoen aan de vijf vereisten die zijn neergelegd in artikel 7:920 lid 2 BW. In onze blog “Relatiebeding in een franchiserelatie (deel 2)” kunt u meer lezen over de vijf vereisten.
  • Instemmingsrecht van de franchisenemer: Artikel 7:921 lid 1 BW ziet op het instemmingsrecht van een franchisenemer. De franchisegever heeft instemming van zijn franchisenemers nodig, indien hij van plan is om een wijziging in de franchiseformule door te voeren of een afgeleide formule te gaan exploiteren én deze plannen bepaalde financiële gevolgen voor de franchisenemer hebben. In dat kader raden wij aan om zogenaamde drempelwaarde(s) op te nemen in de franchiseovereenkomst.

Het wijzigingsproces

Voor franchisegevers is het van belang dat de noodzakelijke wijzigingen per 1 januari 2023 in de franchiseovereenkomst zijn doorgevoerd. Dit kan betekenen dat bestaande bepalingen in overeenstemming moeten worden gebracht met de franchisewet en/of dat nieuwe bepalingen aan de franchiseovereenkomst moeten worden toegevoegd.

Voor het wijzigen van de franchiseovereenkomst is allereerst van belang dat wordt vastgesteld of de franchiseovereenkomst reeds voorziet in de mogelijkheid voor de franchisegever om gedurende de looptijd aanpassingen door te voeren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een eenzijdig wijzigingsbeding. Het is ook mogelijk dat de franchiseovereenkomst voorziet in een mogelijkheid voor de franchisegever om de franchiseovereenkomst aan te passen, indien sprake is van een wijziging in de wet. De mogelijkheid tot aanpassing van de franchiseovereenkomst door de franchisegever kan dus op verschillende manieren zijn geformuleerd.

Indien de franchiseovereenkomst voorziet in de mogelijkheid voor de franchisegever om de franchiseovereenkomst tussentijds aan te passen, dan dienen de franchisenemers (in principe) in te stemmen met de wijzigingen die de franchisegever wil doorvoeren. Wel dienen deze door te voeren wijzigingen redelijk te zijn.

Als de franchiseovereenkomst niet voorziet in de mogelijkheid voor de franchisegever om de franchiseovereenkomst tussentijds aan te passen, dan heb je als franchisegever veel minder vrijheid bij het doorvoeren van wijzigingen. Ook in deze situatie dient het voorstel tot wijziging van de franchiseovereenkomst overigens redelijk te zijn. Maar redelijkheid zal in dit geval inhouden dat de franchisegever niet meer wijzigingen mag doorvoeren dan noodzakelijk op grond van de franchisewet.

In dit geval kan je als franchisegever wel proberen om bijvoorbeeld op te nemen dat de franchisenemer geen recht heeft op vergoeding van goodwill bij einde franchiseovereenkomst, maar met een zodanige wijziging van de franchiseovereenkomst hoeft de franchisenemer waarschijnlijk niet in te stemmen. Hetzelfde geldt voor het opnemen van ruime drempelwaarden voor het instemmingsrecht. Dit zullen namelijk wijzigingen betreffen die verder gaan dan noodzakelijk is op grond van de franchisewet. Indien de franchisenemer niet wenst in te stemmen omdat de bepaling naar zijn mening onredelijk is, ontstaat een lastige situatie. Indien u als franchisegever van mening bent dat de bepaling de redelijkheidtoets wèl kan doorstaan, kunt u trachten deze wijziging alsnog door te voeren. Anders moet u wachten totdat de bestaande overeenkomst eindigt, om vervolgens de franchisenemer een nieuwe overeenkomst met daarin de aanpassing voor te leggen.

Met nog een half jaar op de ‘overgangsregeling-teller’ is het voor de franchisegever dan ook van belang om tijdig de franchiseovereenkomst te wijzigen of een voorstel tot wijziging aan de franchisenemer te doen.

Ter afsluiting

Wanneer de franchiseovereenkomst niet (tijdig) beantwoordt aan de (dwingendrechtelijke) bepalingen van de franchisewet, dan kan dat grote gevolgen hebben. Zo kan sprake zijn van een vernietigingsgrond waarop de franchisenemer een beroep kan doen. Is zo’n beroep gegrond dan kan dat tot gevolg hebben dat de franchiseovereenkomst met terugwerkende kracht geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd. Dit kan onder meer inhouden dat betaalde fees aan de franchisenemer moeten worden terugbetaald.

Mocht een franchiseovereenkomst dus nog niet volledig aan de franchisewet beantwoorden, kom dan in actie. Voorziet u mogelijke problemen bij het wijzigen van de franchiseovereenkomst en wilt u daarbij geholpen worden of heeft u andere vragen over dit onderwerp, neem dan vrijblijvend contact op met de franchise specialisten van LXA Advocaten.