Maar een organisatie bestaat vaak uit meer personen dan alleen de statutair bestuurders. Vaak zijn er personen die op basis van een arbeidsovereenkomst (of een andere rechtsverhouding) betrokken zijn bij het beleid van de vennootschap. Als zij zich te veel gedragen alsof zij bestuurder zijn, kunnen zij worden gezien als zogenoemde feitelijk beleidsbepalers. Voor de wet (en de daarbij behorende verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid) worden zij gelijkgesteld met statutaire bestuurders.
Het zijn van een feitelijk beleidsbepaler kan grote gevolgen hebben. Als sprake is van onbehoorlijk bestuur kan ook de feitelijk beleidsbepaler aansprakelijk worden gehouden voor het faillissementstekort. Het faillissementstekort kan al snel een substantiële omvang hebben. Het is dus belangrijk om te weten wanneer iemand wordt gezien als feitelijk beleidsbepaler en wanneer niet. De grens tussen een ‘gewone’ werknemer en een ‘feitelijk beleidsbepaler’ is daarbij cruciaal.
Een voorbeeld van hoe in de praktijk wordt omgegaan met dit soort kwesties is te vinden in de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 26 november 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:22543).
Een bouwbedrijf ging failliet. Er was een boedeltekort € 3.068.579,58. De curator hield de statutaire bestuurder aansprakelijk voor het boedeltekort, maar óók een werknemer. Volgens de curator presenteerde deze werknemer zich bij derden als bestuurder. Hij bracht namelijk zelfstandig offertes en facturen uit en beantwoordde vragen van de bank tijdens een compliance-onderzoek. Uit een vragenlijst die is ingevuld door klanten van het bouwbedrijf blijkt bovendien dat de klanten de werknemer als bestuurder zagen.
Volgens de curator is deze werknemer een feitelijk beleidsbepaler en op grond daarvan ook aansprakelijk voor het boedeltekort.
Art. 2:248 lid 7 BW stelt met een statutair bestuurder gelijk: degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald als ware hij bestuurder. Volgens de wetsgeschiedenis moeten onder feitelijke bestuurders worden begrepen personen, al dan niet met een officiële functie in de vennootschap, die haar beleid bepalen met terzijdestelling van het formele bestuur. Daarbij hoeft het niet te gaan om volledige vervanging van het formele bestuur. Doorslaggevend is dat iemand zich ten minste een deel van de bestuursbevoegdheid heeft toegeëigend.
De consequentie van een feitelijk bestuurderschap is dat die werknemer wettelijk wordt behandeld als statutaire bestuurder en dus dezelfde verplichtingen heeft als de statutaire bestuurder, zoals: de verplichting om een administratie bij te houden en om de jaarrekeningen te deponeren. Als gevolg daarvan loopt de feitelijk beleidsbepaler ook dezelfde aansprakelijkheidsrisico’s als de statutaire bestuurder.
Met deze regeling wilde de wetgever voorkomen dat statutaire bestuurders aansprakelijkheid ontlopen door een stroman aan te stellen als statutair bestuurder, terwijl zij zelf als feitelijk leidinggevende de zeggenschap over een vennootschap behouden.
Analyse van de uitspraak: duidelijke grens bij “naar buiten treden”
De rechtbank Den Haag trekt een duidelijke lijn: het enkele optreden richting klanten of het gebruik van een “directie”-aanduiding is onvoldoende als niet blijkt dat betrokkene intern daadwerkelijk bestuurstaken verricht of beleidsbeslissingen neemt.
De rechtbank formuleert dat scherp:
“Het gaat er immers niet om hoe hij zich naar buiten toe heeft gemanifesteerd, maar om het feitelijk handelen van [gedaagden sub 2].”
De werknemer werkte als manager acquisitie, met taken zoals klantcontact en (grotendeels gestandaardiseerde) offertes. Kortom, de werknemer handelde binnen de grenzen van zijn arbeidsovereenkomst.
Essentiële commerciële/financiële beslissingen (kortingen, bonussen, nieuwe projecten) bleven bij de statutaire bestuurder. Daardoor ontbrak de vereiste onafhankelijkheid en beslissingsvrijheid en werd hij niet aangemerkt als feitelijk beleidsbepaler.
De rechtbank oordeelde dat de statutaire bestuurder zelf wel aansprakelijk is voor het faillissementstekort, onder meer omdat hij de boekhoudplicht heeft geschonden.
Deze uitspraak vormt een goed voorbeeld van hoe in de praktijk wordt bepaald of iemand een feitelijk beleidsbepaler is en dus aansprakelijk kan zijn voor onbehoorlijk bestuur.
Twijfelt u of u of bepaalde werknemers binnen uw organisatie feitelijk beleidsbepaler zijn? Neem dan contact op met LXA Advocaten.