Shutterstock Uber

BREAKING NEWS: Gerechtshof wijst vorderingen FNV in Uber-zaak af

4 februari 2026

Het gerechtshof Amsterdam heeft 27 januari 2026 uitspraak gedaan in de zaak FNV/Uber. Het gerechtshof heeft de vorderingen van FNV dat alle chauffeurs of groepen van chauffeurs van Uber werknemer zijn afgewezen.

Verloop van de zaak

De kernvraag in deze procedure was of Uber-chauffeurs werknemers zijn. De rechtbank Amsterdam gaf FNV in 2021 gelijk en besliste dat Uber-chauffeurs werknemers zijn. Daarop ging Uber in hoger beroep.

In hoger beroep stelde het hof in 2023 prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Deze vragen zagen met name op:
·        De betekenis van ondernemerschap bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie;
·        De procedure om die kwalificatie voor een groep werkenden vast te stellen.

De Hoge Raad verduidelijkte in het 𝘋𝘦𝘭𝘪𝘷𝘦𝘳𝘰𝘰-arrest dat geen rangorde is aangebracht tussen de verschillende omstandigheden die relevant zijn bij de beoordeling. Ondernemerschap weegt niet zwaarder dan andere factoren, maar kan wél ervoor zorgen dat arbeidsrelaties tussen werkenden onderling anders worden gekwalificeerd (de ene werkende zal zich in het economisch verkeer namelijk meer als ondernemer gedragen dan de andere werkende).

Oordeel over de chauffeurs

Het gerechtshof oordeelt dat de zes chauffeurs die in hoger beroep aan de zijde van Uber mee procedeerden, zelfstandig ondernemers en geen werknemers zijn. Bij hen is sprake van een sterke mate van ondernemerschap. Relevant acht het gerechtshof onder meer:
-      De hoogte van de investeringen die de chauffeurs deden (zoals de aanschaf van de auto);
-      De vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken;
-      De strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de daarbij behorende verdiensten;
-      Het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid.

Belangrijke nuance

Het gerechtshof sluit niet uit dat er individuele Uber-chauffeurs zijn die wél op basis van een arbeidsovereenkomst werken. Omdat echter geen concrete individuele omstandigheden zijn aangevoerd, kon het gerechtshof niet vaststellen voor welke chauffeurs dat zou gelden.

Om die reden zijn de vorderingen van FNV afgewezen.

➡️ Deze uitspraak onderstreept opnieuw dat de kwalificatie van arbeidsrelaties per werkende anders kan uitpakken (afhankelijk van de omstandigheden), waarbij ondernemerschap een relevante – maar niet doorslaggevende – rol speelt.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:163

Regelmatig op de hoogte blijven van de laatste juridische ontwikkelingen?